Carmen uit Temse is enig kind en zit soms wat jaloers te kijken naar mensen die wel een broer of een zus hebben. Ze wil er meer over weten, over de band tussen broers en zussen.
Maar evengoed hoe het komt dat broers en zussen soms totaal uit mekaar groeien of totaal niet op elkaar lijken, terwijl ze toch uit hetzelfde gezin komen. Hoe komt dat?
Allemaal vragen die De Madammen stellen aan Patrick Meurs, docent aan de onderzoeksgroep klinische psychologie aan de KUL en docent aan het hoger instituut voor gezinswetenschappen aan de Hogeschool Universiteit Brussel (HUB).
Broer en zus, dat is je liefste vriend en je en je dierbaarste vijand tegelijk. Het zijn de langste relaties in het leven. Je ouders gaan eerder dood en je partner heb zelf je gekozen. Maar met hen heb je een bloedband, dit zorgt voor grote loyaliteit maar ook voor strijd...
Is er een verschil tussen de relatie van broer & broer, zus & zus? Hangen ze meer aan elkaar omdat ze hetzelfde geslacht hebben? Of speelt dit geen rol?
Bij de zus-zus relaties ziet men de dichtste banden. Ze zijn meer gericht op dat intieme delen. Zussen gaan elkaar vaker opzoeken dan broers. Het is zeker niet zo dat zus-zus relaties beter zijn, ze zijn gewoon anders.
Dit heeft ook te maken met het feit dan broers meer met elkaar in competitie gaan. Er is iets meer rivaliteit.
Bij broer-zus relatie heb je dan een geslachtsverschil. Op deze manier krijg je ook een gezonde nieuwsgierigheid naar het andere geslacht. Door spelletjes te spelen, naar elkaar te kijken, doktertje te spelen. Die gezonde seksuele interesse komt er in deze relaties bij. Los van de seksualiteit leer je ook de wereld van het andere geslacht kennen door je broer of zus.
Waarom kibbelen broers en zussen zo vaak?
Je hebt die bloedband, maar er is ook strijd. Vroeger werd dit beschreven door de term ambivalentie, de dubbelzinnige band tussen broer en zus.
Er is rivaliteit over de positie in huis, de positie aan tafel en zo meer. Je kibbelt ook omdat je weet dat je ouders in de buurt blijven, zij kunnen ingrijpen als het uit de hand loopt.
Een andere vorm van kibbelen is wanneer de ouders niet aanwezig zijn, dat is gevaarlijker, dan kan het escaleren.
Maar in een gezond gezin is kibbelen toegelaten omdat er toch volwassenen zijn die structuren en grenzen stellen. Het is zelfs een heel belangrijke oefening om grenzen te leren aanvaarden en om met grenzen te leren omgaan.
Er bestaat dus wel degelijk wel rivaliteit en competiviteit tussen kinderen.
Hoe kan je hier als ouders best op reageren?
Hoe goed je het ook doet als ouder, je kan soms het gevoel bij je kinderen moeten verhelderen ‘mijn broer/zus krijgt altijd meer dan ik’. Zelfs als je als ouder dan méér gaat doen en je meer gaat inspannen voor dat kind, kan dat gevoel vaak blijven hangen. Je kan als ouder echt niet verhinderen dat dit soms gebeurt.
Maar het is wel een taak voor de ouders om te blijven toezien dat kinderen verschillen en dus verschillende dingen nodig hebben! Hun behoefte wisselt af en ze hebben het niet altijd in dezelfde verhoudingen nodig!
Wat is er positief aan het hebben van een broer of zus?
Het is een krachtbron. Een tip is het boek van Edith Tilmans-Ostyn, 'De potentiële kracht van broer-zus relaties'. Er bestaat heel veel solidariteit en loyaliteit. Maar je moet ook je eigen positie kunnen innemen.
Dat komt zelfs terug wanneer broers en zussen jaren uit elkaar zijn geweest en terug samen komen om bijvoorbeeld een erfeniskwestie te regelen. Vaak zegt men dat die strijd van vroeger dan terugkomt!
Maar toch kan die loyaliteit tussen brussen heel groot zijn. Zeker op bepaalde momenten van verlies, bij dreigende scheiding van de ouders of wanneer extra moeilijke taken moeten uitgevoerd worden.
Als dit te lang duurt kan het ook misgroeien en kan het de positie van ouder gaan innemen wat ook niet de bedoeling mag zijn.
Oudere broers en zussen zijn ook een identificatie voor elkaar, een poort naar de buitenwereld. Een oudere broer of zus brengt de wereld in huis, ze brengen een lief mee, gaan op stap. De jongere ziet dit en gaat dit ook vragen en leren kennen.
In bepaalde gevallen zoekt men bij broers en zussen info bij die men aan de ouders niet onmiddellijk kan vragen. Bijvoorbeeld vragen over seksualiteit.
Dit is een erg interessant domein om elkaar in te helpen, maar in sommige gevallen kan dit resulteren in incest. Deze vorm van incest is vrij onderschat en verondersteld wordt dat het cijfer even hoog ligt als ouder-kind incest.
Hoe evolueert de relatie tussen broers en zussen?
Met ups en downs tijdens de levensloop. Vanaf de jongvolwassenheid gaat elk zijn eigen weg. Men vormt zijn eigen gezin en gaat apart wonen. Maar de band tussen broers en zus wordt wel terug aangehaald bij bepaalde gebeurtenissen, namelijk wanneer er kinderen komen, als de ouders zorg nodig hebben,…
Dus door familierituelen en later de zorgbehoevendheid van de ouders komen siblings samen.
Heeft de plaats in de kinderrij iets te maken met de band tussen broers en zussen? Of de band met de ouders?
Daar is heel wat onderzoek naar gedaan. Het eerste of oudste kind is altijd enige tijd alleen bij de ouders geweest. Je moet als eerste kind altijd iets afstaan aan de broers en zussen waar je je ouders mee gaat delen. Een oudste kind is zich vaak meer bewust van zijn plaats in het gezin.
Het voordeel van de jongeren, zij hebben dan weer meer geleerd om te delen. Dit zijn grote algemene lijnen, dit gaat uiteraard niet op voor elk individueel kind.
Verder, de ouders worden pas ouder bij het eerste kind. Dat is een erg speciaal moment. Maar bij een tweede en derde kind, zijn ze het al. Ze kunnen dan wel beroep doen op hun ervaringen. Ze hebben minder onzekerheden en maken minder fouten.
Is de relatie tussen broers en zussen veranderd tov enkele decennia geleden?
Nu zijn er meer gezinnen met één kind. Vroeger had je gezinnen met een groter aantal kinderen.
De gezinnen worden ook frequenter opengebroken dan vroeger. Er zijn meer scheidingen, alles verandert dan maar de band tussen broers en zussen blijft zoals hij was.
Ook meer dan vroeger krijg je een individueel levenstraject. Vroeger had je broer-zus relaties die minder uitzwermden. Nu gaan mensen vaak individueel iets opbouwen, gaan ze verder uit elkaar wonen… Waardoor je broers en zussen uit oog verliest. Materieel gezien zijn wij meer gewend van uit elkaar te gaan.
Tweelingen
Wat is er bijzonder aan de band van tweelingen?
Zij hebben een nabijheid die geen enkele ander broer of zus heeft. Wat maakt dat ze een band ontwikkelen die bijzonder nauw en intiem kan zijn, maar met het ouder worden moeten zich nog sterker afzetten van elkaar.
Dat zie je vooral wanneer ze beginnen puberen.
Je moet je tweeling niet te sterk van elkaar proberen onderscheiden of proberen af te scheiden. Je moet dit niet te snel gaan forceren. In het begin van de pubertijd gaan ze dit uit zichzelf doen.
Waarin verschilt de band tussen tweelingen onderling en gewone broers & zussen?
Ze zijn bij elke ontwikkelingsstap samen, ze maken de ontwikkelingen ook op hetzelfde tijdstip mee. Bij broers en zussen zie je altijd dat de ene ouder is dan de andere, maar tweelingen zitten bij elke stap op hetzelfde niveau.
Maar toch moet je hiermee oppassen. Als ouder denk je dat je twee dezelfde kinderen hebt, maar tweelingen kunnen onderling erg verschillend zijn! Ze kunnen nood hebben aan zeer verschillende dingen. De kunst is om als ouder deze gelijkenissen en verschillen een plaats te geven.
Kunnen zij zich soms afsluiten van de andere boers en zussen? Een clubje vormen?
Dat klopt. Zij verstaan elkaar vaak zonder woorden en zij vinden het ook vaak vanzelfsprekend dat de ander er is.
In sommige gevallen kan je dit laten gebeuren, maar als ze een eiland op zich vormen waar niemand anders meer tussenkomt moet je als ouder samenspel met de andere broers en zussen wel stimuleren.
Als de tweelingen de oudste zijn, dan valt dit vaak mee. Wanneer de tweelingen de jongste zijn durft dit wel eens te gebeuren.
Kost het moeite om een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen als je deel uitmaakt van een tweeling?
Dat lijkt inderdaad moeilijker te zijn. In de ontwikkeling van tweelingen zie je dat er een aantal stappen zijn, waarin je ze best kan stimuleren om hun eigen weg in te slaan. Maar als dat in de opvoeding op een duidelijke, niet dwingende manier wordt meegegeven zullen ze dat op de duur zelf ontwikkelen. Maar dit is zeker een aandachtspunt.