Successierechten aangeven

Stuur naar een vriend

Monique uit Sint-Job-in't-Goor mailt: "Voor de aangifte van de successie werd een apparteement geschat door een beëdigde schatter. Wanneer het appartement later voor minder verkocht werd dan het geschat werd, kan men dan een teruggave vragen van de successierechten?"

Notaris Marc Sobrie moet Monique teleurstellen: "Helaas, het wetboek van successierecht voorziet slechts teruggave van successierechten in een beperkt aantal gevallen. Een mindere prijs halen dan dat men verwacht had, waardoor men aan een lagere waarde zit dan wat in de aangifte van nalatenschap werd opgenomen, behoort daar niet toe."

In welke gevallen is er wel mogelijkheid tot teruggave?

Het blijven meestal toch echte uitzonderingen. Bijvoorbeeld als men ten onrechte in de aangifte een bepaald goed zou hebben opgenomen en achteraf blijkt dat de overledene er geen eigenaar van was. Ook bijvoorbeeld als men zich vergist heeft in wie de erfgenamen waren. Denk maar aan een gezin met 3 kinderen; die maken de aangifte op, maar nadien blijkt dat de vader een beetje naast de lijntjes heeft gekleurd en dat nog een kind van hem komt opdagen. In dat geval zullen de successierechten wel lager zijn, omdat ze verdeeld worden over 4 in plaats van 3 kinderen. Denk ook bijvoorbeeld aan een overledene die betrokken zou zijn geweest bij een ongeval, waarvoor hij later tot een schadevergoeding wordt veroordeeld: dan kan je ook een herberekening vragen. Daarom neemt men trouwens best die lopende zaken in de aangifte steeds op waarvan men weet dat er nog bijkomende betalingen zouden uit kunnen voortvloeien, denk maar aan een controle van belasting die men nog verwacht en waaruit een bijkomende heffing zou kunnen volgen.

Maar laat ons terugkeren naar onze luisteraarster: zij had het eigendom wel laten schatten door een beëdigd schatter.

Ja, dat kan best, maar die mensen zijn ook niet onfeilbaar. Het woord zegt het trouwens: schatten is zijn mening geven over hoeveel het zou kunnen waard zijn, maar dat blijft een indicatie, en dus zeker niet hetzelfde als een zak aardappelen wegen, waaruit men een exact bedrag krijgt. Trouwens, als men eenzijdig een schatter aanstelt, is dat inderdaad eerder om te kijken welke verkoopprijs men zou kunnen behalen, en niet zozeer met het oog op de aangifte van nalatenschap. Trouwens, zelfs al is die man beëdigd, de registratie is daar helemaal niet door gebonden, dus evenmin voor het geval een beëdigd schatter een eigendom op een bepaalde waarde schat, en men in de aangifte naar diens schatting zou verwijzen, kan de administratie van oordeel zijn dat het een hogere waarde heeft en dus successierecht op een hoger bedrag heffen met dan nog eens met boetes en intresten erbij,  dus zeker als nadien blijkt dat het voor een hogere prijs wordt verkocht.

Ja, maar veronderstel dat iemand van een oom een paar huizen erft. De successierechten tussen een oom en zijn neef zijn zeer hoog, want in Vlaanderen wordt die neef voor de berekening ervan zelfs gelijkgesteld met een vreemde. Dan is dat toch onbegonnen werk om de aangifte in te dienen, want zelfs met een beëdigde schatter riskeert men dus ofwel te weinig te hebben aangegeven met als gevolg boetes en intrest, ofwel teveel, maar dan krijgt men niets terug?

Saarom dat ik daarnet zei dat de registratie niet gebonden is door het bedrag die een eenzijdig aangeduide schatter heeft vooropgesteld. Maar er bestaat wel een procedure waardoor de administratie wel gebonden is door dat bedrag, namelijk de voorafgaande schatting. Bij een voorafgaandelijke schatting zal men voor dat de aangifte moet worden ingediend, aan de registratie voorstellen een gezamenlijke schatting van de nalatenschap uit te voeren, meestal beperkt tot de onroerende goederen. Meestal is de administratie trouwens akkoord om die schatting te laten uitvoeren door één en dezelfde schatter, maar soms heeft elk zijn eigen schatter. Het voordeel van de procedure is dat de administratie gebonden is door deze schatting, en dat de successierechten definitief worden berekend op deze schattingswaarde, zelfs al blijkt dat men nadien de goederen voor meer verkoopt. Anderzijds, opnieuw, mocht men voor minder verkopen, zal er wel geen teruggave zijn.

Plus dat men ook nog eens de kosten van de schatting zelf heeft, dus niet toe te passen voor alle aangiftes van nalatenschap?

Die procedure zal men inderdaad maar voeren wanneer men in de hogere schijven van successierecht zit, hetzij met meerdere eigendommen of wanneer het niet meer gaat over erfgenamen in de rechte lijn.

Je zei daarnet dat bij voorafgaandelijke schatting geen bijkomende successierechten meer te betalen zijn, zelfs als het eigendom nadien voor meer wordt verkocht. Is dat dus anders wel het geval?

Inderdaad, van zodra men binnen de twee jaar na het indienen van de aangifte, dus niet binnen de twee jaar na het overlijden, maar twee jaar na de aangifte, bijvoorbeeld een woning voor meer verkoopt dan aangegeven, zullen de successierechten herberekend worden op de hogere waarde, met zoals gezegd bijkomende boetes en intresten.

Wat raadt je luisteraars dan eigenlijk aan?

De voorafgaandelijke schatting wanneer het gaat over een belangrijk vermogen, en in de andere gevallen voorzichtig zijn in de aangifte. Wanneer je niet van plan bent om het eigendom binnen die twee jaar na het indienen van de aangifte te verkopen, ga er dan vanuit dat de administratie heel goed weet wat de gemiddelde normale verkoopwaarde van een onroerend goed is. Wees dus realistisch in de schatting en zeg voor jezelf: onder welke prijs zou ik dit nooit verkopen? Want die twee jaar na het indienen van de aangifte is eveneens de termijn binnen dewelke dat de administratie nog de tijd heeft om je mee te delen dat je het eigendom te laag had geschat en je dus nog bijkomende rechten, met boetes en intrest mag betalen. Ben je wel van plan op korte termijn te verkopen, vermeld dat dan in de aangifte, namelijk dat je het eigendom voorlopig schat op een bepaald bedrag, en dat is dan een bedrag lager dan je echt minstens verwacht, maar dat je je er toe verbindt onmiddellijk vrijwillig  een bijkomende aangifte in te dienen van zodra de werkelijke prijs is gekend. In de praktijk zal de administratie dan geen boetes aanrekenen.