Snijd uit de knolselder 8 balkjes van 1,5 cm op 8 cm van elk ongeveer 25 g. Hou de rest over voor de afwerking. Leg de balkjes in een kookpot, overgiet ze met 2 dl water. Kruid ze met peper en zout en de fijngesneden koriandersteeltjes. Houd de blaadjes voor de afwerking. Sluit de pot af met een deksel en gaar de knolselder gedurende 5 minuten.
Haal ze knolselderbalkjes uit het water en dep ze droog met keukenpapier.
Giet het kooknat door een zeefje en houd warm.
Bak de balkjes vervolgens op een zacht vuurtje in wat arachideolie. Kruid de balkjes tijdens het bakken rondom met kurkuma en madrascurry.
Leg in elk diep bord 2 balkjes, doe er wat van het warme kooknat bij en werk af met enkele korianderblaadjes. Rasp er tot slot wat rauwe pastinaak over.